Waarom de Groene Reiger aanvaard moet worden

Op een koude regenachtige winteravond, nu ongeveer een jaar geleden, had ik het bedacht: als hij dit voorjaar terugkomt, ga ik het hem allemaal gewoon zelf vragen. Toen het moment eindelijk daar was, op de eerste dag van juni en we in de o zo mooie tuin van Fendi oog in oog stonden, vroeg ik het hem.

Een lichte trilling in mijn stem kon ik niet onderdrukken. “Waar kom je vandaan? Ben je een Noord Amerikaan? Ben je een echte Groene Reiger? Vertel me het geheim van je verenkleed: waarom klopt dat toch niet helemaal?”.

Geërgerd keek hij op. Met een donkere blik in zijn ogen produceerde hij een rauwe kreet en vloog weg.

Zijn wraak was zoet. Door zo openlijk aan zijn identiteit te twijfelen vertoonde hij zich dit jaar niet meer. Geen enkele serieuze vogelaar kreeg de Groene Amsterdammer nog fatsoenlijk te zien. Waren mijn vragen te direct? Had ik dit allemaal op mijn geweten? Blijkbaar wel.

Eén ding is zeker: ik zou hem ondanks alles zeker aanvaarden. Het plusje krijgt hij van mij alleen al omdat hij zo mooi is. Op deze donkere winteravond kan ik maar één ding doen: hopen dat hij in 2008 Fendi's tuin weer aan zal doen...