Olifant

In mijn kinderjaren gingen mijn ouders, mijn broers en ik geregeld naar Diergaarde Blijdorp. Eerst leenden we het abonnement van mijn tante Gré en als we ons dan voordeden als ‘hunnie’, konden we gratis naar binnen. Later kreeg mijn tante hier genoeg van en namen wij een eigen gezinsabonnement...

 

Uiteraard waren in de Diergaarde de vogels mijn favoriet (ik zag er mijn enige gekooide Siberische lijster), maar ook de olifanten en de andere grote zoogdieren konden rekenen op mijn warme belangstelling. De dieren zaten toen nog in niet al te grote kooien en verblijven. De dieren ‘ijsbeerden’ een beetje heen en weer in hun, over het algemeen te krappe behuizing. Ik vond dat toen niet erg, zo kon ik de dieren namelijk goed bekijken en observeren.

Mede door mijn vele bezoekjes aan de Zoo is mijn belangstelling voor vogels en natuur gegroeid tot wat het nu is. Zo vind ik dat een dierentuin een functie vervuld met het bijbrengen van natuurbesef, zeker bij ons stedelingen. Ondanks dat ik het houden van dieren in gevangenschap liever niet zie, een dierentuin mag daar wat mij betreft een uitzondering op zijn. Doordat ik steeds meer ben gaan vogelen en later vogels ben gaan fotograferen droogden de bezoeken aan de dierentuin op. Het gezinsabonnement werd niet meer verlengd.

Ik ging me toeleggen op vogelfotografie. Mijn eerste telelens was een Tamron 200-400mm lens en dat was een prettig objectief. Zo kon ik de vogels mooi op de foto zetten. Toen ik andere fotografen ontmoette en hun resultaten zag, zocht ik naar een lens met meer millimeters, zodat ik de vogels groter in beeld kon krijgen. De echte professionele lenzen waren voor mij onbetaalbaar, dus besloot ik een 500mm Novoflex aan te schaffen. Toen al een lens die zijn beste tijd had gehad, maar ik kon me geen ander alternatief permitteren. Doordat de belichting, de sluitertijd, maar ook het scherpstellen met de hand moesten worden ingesteld heb ik met deze Novoflex echt leren fotograferen. Zo zie je maar, alles heeft zijn nut. Ook tijdens het begin van de digitale fotografietijdperk heb ik gefotografeerd met deze Novoflex en mijn eerste digitale body (300D).

Inmiddels is deze lens ingeruild voor een 500mm van Canon. Wat een verbetering! Toen ik dit witte monster kocht, nam ik er gelijk een converter bij. Deze extender is de eerste jaren niet tussen mijn camera en lens uit geweest. Als fotograaf wil je het beestje toch zo groot als mogelijk op je foto terugzien? Ja toch! Daarom vond ik de cropfactor van de digitale camera’s zo’n heerlijk bijeffect!

Inmiddels ben ik een paar jaar verder en heb ik vorig jaar een nieuwe telelens aangeschaft. Wellicht verwacht je dat ik een 600mm heb aangeschaft om onze gevleugelde vrienden zo nog groter op de foto te krijgen, maar nee, het is weer een 500mm lens geworden. Ook heb ik inmiddels een camera zonder cropfactor. Tenslotte blijft mijn converter steeds vaker in mijn fototas. Waarom? Meer en meer ben ik gaan houden van foto’s van vogels waarbij niet de vogel zo groot mogelijk in beeld staat, maar liever zie ik een plaat waarop naast de vogel ook wat omgeving van de vogel is te zien. Dus een vogel met leefomgeving is het onderwerp geworden. Het zo groot mogelijk in beeld plaatsen van een vogel (Adri en ik noemen dit fenomeen: ‘olifant’ en Gerard en ik ‘een Fred Visschertje’), zoals bij de thumbnail bij dit artikel heb ik mezelf afgeleerd. De vogels in mijn foto’s zitten op deze manier niet meer gevangen in een krap kadertje.

Laatst bezocht ik Diergaarde Blijdorp en ik zag dat de ontwikkeling die mijn foto’s hebben doorgemaakt ook is waar te nemen in de verblijven van de dieren. De kleine kooien zijn veranderd in grote en moderne verblijven waarin de dieren zijn te zien in min of meer hun natuurlijke omgeving…